
De goedkoopste bestemming van Ryanair bleek Glasgow te zijn. Daarheen dus. Enige intense
research leerde mij dat dit in Schotland ligt. Goed zo, want iedereen weet dat naar het
schijnt Schotland best mooi is.
Het moest een low-budget reisje worden, dus ons vertier moest wegens de hoge prijs van
het openbaar vervoer in de buurt van onze landingsplaats gelegen zijn.
Hoewel de West Higland Way 50 000 wandelende toeristen per jaar over zich heen krijgt,
en daarmee niet bepaald een streepje voor had bij mij, besluiten we toch ons hieraan te wagen.
Met maar netto acht dagen Schotland, een studentenbudget en een niet onbegrensde lust
aan wild avontuur leek dit de beste optie.
Onderstaande afbeelding geeft weer waar de West Highland Way ergens gelegen is.

Voor de goede 150 km die de WHW rijk is af te leggen hebben we rustig onze zeven en een half dagen gebruikt, ruimschoots voldoende tijd. Uiteraard kozen we consequent voor wildkamperen i.p.v. betalen voor een camping. Nog steeds ben ik er niet achter of dat legaal was of niet. Vast staat dat Stefi de eerste drie nachten amper heeft geslapen uit angst dat een razende Schot ons tentje zou komen verscheuren omdat we op zijn grondgebied stonden. Deze angst bleek gelukkig ongegrond. Minder ongegrond ware enige angst voor de tent zelf geweest. De laatste gekampeerde nacht, acht kilometer voor eindpunt Fort William, waaide het namelijk een beetje, en het acht jaar oude koepeltentje van Jack Wolfskin kon het niet meer aan en brak prompt een stok.
Bij deze, dames en heren, koop nooit meer iets van Jack Wolfskin. Is een trekkingmerk enig respect waardig als het spullen maakt die nog geen acht jaar meekunnen? Een tent moet MINSTENS één mensenleven meekunnen. Uiteraard zal zeer binnenkort een schadeclaim naar JW gestuurd worden. Een nieuwe tent plus de onkostenvergoeding van de overnachting in een herberg zal wel het minste zijn wat we verdienen.
Update: Het antwoordt van JW kwam neer op: "Jammer, maar tis ook niet abnormaal dat die dingen verslijten."
Uiteindelijk zullen ze daar wel wat gelijk in hebben, hoewel ik het toch jammer vind. Ook een verkoper van Base Camp
weet me te vertellen dat de levensverwachting van zo'n tent maar een jaar of zeven is.
Afin, om even terug te komen op de West Highland Way zelf... niet zo eenvoudig.
Mijn aanvankelijke plan was om bij thuiskomst deze uiterst toeristische wandelweg eens stevig
af te kraken. Het grootste deel van de weg loopt binnen gehoorsafstand van grote autowegen.
De weg zelf bestaat voor aanzienlijke delen uit verharde weg van drie meter breed. Dat je geen
kilometer kan stappen zonder iemand goedendag te moeten zeggen werd eerder al gesuggereerd.
In het hoogseizoen is het waarschijnlijk aanschuiven op de zeldzame smalle stukjes van de Way.
Naar mate echter de tocht vorderde, kreeg ik enig begrip voor deze situatie. Vertrekkend vanuit Tyndrum kwamen we na 15 km iets tegen dat als kampeerplekje kon dienen. Dit was al wat vroeg, dus we besloten uit te kijken naar een volgende mogelijkheid. Pas 17 km later vonden we iets geschikts.
U leest het goed: Schotland is op grote oppervlakten eigenlijk één groot moeras waar je niet
zomaar je tentje in opzet. Toen besefte ik dat een volledig wilde trektocht doorheen de Highlands
niet voor broekjes is.
Of dit een geldige reden is voor de West Highland Way om zulk een eenvoudig pad te zijn weet ik
niet, maar het kan toch al verklaren waarom zoveel toeristen voor deze weg kiezen ondanks zijn
beperkte avontuurlijkheid/moeilijkheid.
In dit verband nog even vermelden dat ook Ben Nevis (1290 m) eveneens tot toeristische attractie
verlaagd werd. Gelukkig maar dat je een berg nooit helemaal getemd kan krijgen, getuige de
zonder meer ruige weerscondities op de top. Wij beklagen de talrijke wandelaars die beneden
in het zonnetje vertrokken met sportschoentjes en zonder jas.
Des te jammer dus dat een deel van het bergpad verhard was, dat men meststoffen had gestrooid
in de 'bermen' en dat hellingen dikwijls van 'trappen' waren voorzien.
Ik zal jullie en mezelf een dag-tot-dag beschrijving besparen, die zijn er al genoeg te vinden.
De fotografie werd bijna altijd door Stefi waargenomen, m.b.v. haar Konica Minolta Z5,
veel kijkgenot nog.

















