Faun- en floristisch verslag reis Lapland, juli 2004

Voorwoord

De bedoeling van dit verslagje is een beperkt beeld te schetsen van wat je in Lapland zo al kunt aantreffen van levende natuur. De lijst is absoluut niet volledig, enerzijds vanwege een onvoldoende noordse veldkennis en anderzijds wegens een gebrek aan tijd en goesting (biologie is uiteraard en vanzelfsprekend meer hobby als studie, maar een echte studiereis ging ik er toch niet van maken) . Bovendien, volledige lijsten van wat je in de fjäll kan aantreffen bestaan er al genoeg. Wat hier volgt zijn enkele lijsten van dieren en planten die je quasi altijd kan aantreffen.
Het feit dat je met een bijna geheel nieuwe soort flora te doen krijgt maakt ook dat het nogal wat tijd vergt om vertrouwd te geraken met zelfs de meest abundante planten en hun namen, waardoor je over de zeldzamere heen kijkt.

Wat de naamgeving betreft: de wetenschappelijke naam heb ik overal vermeld om voor de hand liggende redenen. Indien relevant staat ook de Nederlandse benaming erbij, en wanner ik het om een of andere reden leuk vind vermeld ik ook de lokale benaming.

In het algemeen kan dus van de lijst gezegd worden dat hij goed is voor de ‘geïnteresseerde wandelaar in Lappland’, en niet voor de ervaren noorderbioloog.
De foto’s die er hier en daar tussenzitten zijn van slechte kwaliteit, want de regen had de lens van mijn fototoestelletje geblokkeerd waardoor geen scherpstelling meer mogelijk was. In het beste geval kunnen ze nog suggestief zijn :-)

Planten

Al bij de aankomst aan Abisko was ik sterk verwonderd over de bloemenpracht die daar te z ien was. Met speciale bloemenperkjes werd er getracht botanische interesse op te wekken bij de toeristen, wat bij mij dan ook onmiddellijk gelukt is. In het plaatselijke ‘naturrum’ kocht ik mij een Noorse fjellflora met afbeeldingen.van 164 soorten – niet zo veel, laat staan volledig, maar ideaal voor een eerste kennismaking met de plantjes van ginder. Beperkingen van de (niet erg wetenschappelijke) flora waren niet alleen een gebrek aan de Nederlandse benaming, maar vooral het feit dat op elkaar gelijkende species zoals allerlei boterbloemachtigen en wilgen moeilijk te determineren waren.

Grassen, mossen en korstmossen heb ik wegens gebrek aan kennis genegeerd, maar ik wil wel opmerken dat ook mos- en lichenenfreaks daar ter plekke hun lusten kunnen botvieren.

Volgende lijst werd niet in enige belangrijke volgorde opgesteld.

Zoals gezegd, deze korte lijst is allesbehalve volledig. Tientallen andere bloemen waarvan mijn determinatie echter niet zeker was zijn niet vernoemd. Bovendien komen ook soorten van bij ons, zoals Achillea millefolium L. (duizendblad), Trifolium pratense L. (paarse klaver), Betula pendula Roth. (ruwe berk), Picea abies (L.) H. Karst (Fijnspar) en Pinus sylvestris L.- Tallar (grove den) om er maar enkele te noemen, massaal voor.
Deze lijst kan dus zoals reeds gezegd hoogstens een idee geven.

Wie foto’s wil en meer uitleg kan ik deze prominente site aanraden:
http://linnaeus.nrm.se/flora.

Niet-gevederde dieren

Vol goede voornemens was ik op reis vertrokken met een vette insectengids in de rugzak en een vergrootglaspotje. Behalve veeeeeeeeel muggen (Culex pipiens o.a.), vliegen en dazen waren daar begin juli niet veel insecten te zien. Drie weken later, meer in het zuiden was er al veel meer te zien, i.h.b. veel vlinders. Ik heb echter verzuimd mij aan determinaties te wagen.

Het frequents voorkomende zoogdier was de lemming (Lemmus lemmus), een knaagdier dat in sommige jaren in grote, wat sommigen ‘plagen’ zouden noemen voorkomt en veel invloed heeft op andere dierenpopulaties zoals die van de poolvos (fjällräven).
Ook de kans op het zien van rendierkuddes (Rangifer tarandus) is vrij groot.
Al die andere legendarische Zweedse dieren mag je vast vergeten om te zien (gelukkige uitzonderingen kunnen natuurlijk voorkomen). Daarmee bedoel ik bruine beer (Ursus arctos), wolf (Canis lupus), veelvraat (Gulo gulo), poolvos (Alopes lagopus) en lynx (Lynx lynx). Wie goed zijn ogen openhoudt en een beetje geluk heeft kan wel een eland (Alces alces) zien, maar zeker niet zo frequent als vaak gedacht wordt.

Vogels

Ook voor de beginnende vogelaar is Lapland een paradijs. Vele kleine zangvogeltjes zijn hier minder schuw als bij ons, wat determinatie mogelijk maakt die op meer is gebaseerd als enkel een ‘op en neer gaande vlucht en opvallend grijze stuit’.

Ik ben geen ornitholoog, dus ook volgende lijst is erg beperkt en onvolledig. De vogels die je hier ziet staan kan je dus zo goed als altijd te zien krijgen, niet pas na een halve dag door een telescoop staren.

In deze lijst zijn soorten die hier in België als ‘saai’ of ‘niet het vermelden waard’ worden beschouwd, zoals de Ekster (Pica pica), om praktische redenen weggelaten. Erg onwetenschappelijk.