Voorwoord
Hoe komt men op het idee in de winter naar de Noordpool te gaan?
Eigenlijk begon het allemaal toen ons
dit reclamefilmpje onder ogen kwam...
Een andere reden voor mij was mijn zomerbezoek aan Lapland. In feite had ik toen reeds uitgemaakt
dat ik hier in de winter zeker eens moest terugkomen. En waarom uitstellen wat niet hoeft
uitgesteld te worden?
De zaligheid van er in je eentje op uit te trekken is waarschijnlijk alleen maar bekend voor
zij die het reeds gedaan hebben, maar in extreme klimaatsomstandigheden die je
niet kent waarschijnlijk toch een tikje riskant. Een bescheiden rondvraag leverde uiteindelijk
vier medereizigers op, allen collega-would-be-bioloogjes.
Waarom nu juist Kiruna?
Wie naar het Noorden trekt doet dit in geen geval om in één der grotere steden van daar te gaan
zitten. De reden is eenvoudig: zolang het 'seizoen' nog niet begonnen is, zijnde ergens eind
februari/begin maart is een goedkope herberg ergens anders bijna onvindbaar. En voor
tententrekking waren we niet uitgerust.
Voor wie het nog wou weten, Kiruna is Samisch voor Alpensneeuwhoen (Lagopus mutus).
In het nadeel van wie nog met telefoonlijn surft heb ik verkozen geen thumbnails te gebruiken hieronder,
om klikwerk te reduceren.
Verder wil ik de fototrekkers hartelijk bedanken voor hun werk, zijnde Steven en Caroline.
Onderstaande foto's zijn denk ik allemaal van Steven afkomstig omdat die zijn foto's reeds per
dag had gerangschikt.

Dag -1 + 0: Heenreis + aankomst Kiruna
Van de negen dagen Laplandreis zaten er vier transportdagen tussen, dit om de goedkoopste
formule te hebben: met Ryanair tot in de buurt van Stockholm, om vervolgens met
Norrlandståget tot helemaal in het noorden te geraken.
Om er niet te veel woorden aan vuil te maken: de reis verliep vlot, we zaten door de schuld
van onze sneeuwschoenen ver boven het toegelaten gewicht van onze bagage zodat we extra mochten
betalen. Het spreekt voor zich dat we er niet verder bij nadenken dat het eten dat uit België
uit oogpunt van goedkoopheid was meegenomen op deze manier wel erg duur uitviel...
Verder konden Fred en ik niet slapen in de trein en kreeg ik van wel twee verschillende bronnen
te horen dat je van Stockholm tot Kiruna kan vliegen voor dezelfde prijs als de trein. Voor
volgende keer dan.
Tegen de late namiddag kwamen we aan in Kiruna, waar een heerlijke sneeuwstorm aan de gang was. Toen ik hiervan de zaligheid opmerkte moest een Zweed die al heel zijn leven in Lapland woont waar we in de trein een babbeltje mee gedaan hadden zich inhouden om mij muilpeer te verkopen voor zoveel domheid.
We zoeken een uurtje achter de plaats waar we moeten zijn, en na enthousiast gesettled te zijn
in een luxueuze soort jeugdherberg gaan we wat voedselige inkopen doen waarna we
genieten van een welverdiende spaghetti.
Uiteraard komt er een spontane avondwandeling, waarbij we de eerste infantiele toeren in de sneeuw
kunnen uithalen, de sneeuwschoenen kunnen uittesten (en leren dat de bindingen stevigvast
moeten zitten, het snöfestival bezoeken (kunstwerken in sneeuw) en de eerste (tevergeefse)
blikken naar het hemelgewelf richten in een poging het noorderlicht te kunnen zien.
Een uitwendig bezoekje aan Kiruna Kyrka, het plaatselijke kerkje dat uitgeroepen is als mooiste
monument van Zweden, ontbreekt ook niet.






Dag 1: Verkenning + mijnbezoek
We staan niet te laat op, zodat we voor een goede gang van zaken op tijd naar het toeristbureau kunnen. Weinig kans op noorderlicht wordt ons voorspeld, ijsklimmen zoals gepland zou niet doorgaan wegens te duur, en we krijgen te horen dat we voor het bezoek aan de mijn van Kiruna tegen twee uur worden verwacht aan het hoofdplein.
We gaan wat wandelen waar het ons werd aangeraden, besluiten dat het met sleetjes nog leuker zou
zijn en ieder schaft zich voor twee euro (in kroonvorm) een paars plastieken zitsleetje aan.
Hellingen waar menig skieër voor in zijn broek doet waren wel te pruimen.
Kiruna is een mijnstadje van tussen de 10- en 20 000 inwoners (dacht ik toch), en heeft als belangrijkste inkomst zijn ijzerertsmijn. We meenden dan ook dat een bezoekje hieraan niet mocht ontbreken. Had dus wel gemogen.




Dag 2: Jukkasjärvi Icehotel
De hoofdactiviteit van deze dag was het ijshotel. Veel had ik er niet van verwacht. Onterecht, want het was wel degelijk de moeite.











Dag 3: De ontberingstocht
Kiruna ligt niet recht in de fjäll, en is bijgevolg niet extreem bergachtig. Toch zijn er
voldoende hoogteverschillen om nog fijne wandelingen te maken.
Op de kaart stond aan de berg Eatnamvarri een hut aangegeven. Een overnachtbare schuilhut
misschien? Het toeristenbureau had ons geleerd dat het een betalende overnachtingsgelegenheid
was die bovendien nu (buiten het seizoen) niet geopend was. We hadden dus onze slaapzakken en
matjes een beetje voor niets meegenomen. Volgens onze schatting zou het met wat goede wil wel
mogelijk moeten zijn tot het hutje te geraken, om daarna terug te keren. Eventueel zouden we
nog rap de berg beklimmen. We hadden onszelf sterk onderschat, en bedwongen niet alleen de
Eatnamvarri, maar ook twee nabijgelegen 'berg'toppen.
In totaal moet de tocht zo'n 25-tal km geweest zijn.








Dag 4: De hondensleetocht
Reeds lang op voorhand lag deze tocht vast. Een nogal excentrieke, sympatieke figuur bracht ons,
samen met nog vijf andere studenten, naar de nabijgelegen nederzetting Kurraatavaare. Hier
hielpen we allen mee de huskies voor de slee te spannen, en kregen we wat uitleg voor het
besturen van een slee. Veel sturen was daar overigens niet bij.
Tien km heen, op aankomstpunt wat langlaufen (wat een vreselijke sport! was het algemeen besluit),
een spaghetti met rendiervleessaus verorberen en terug huiswaarts, toen het duister reeds haar
inval deed.




Dag 5: Ontberingstocht II
Naar Abisko gaan voor een uitstap was onmogelijk wegens de uren van de bus, dus gingen we maar naar
Nikkaluokta, een dorpje naburig aan het Kebnekaisemassief, met de hoogste berg van Zweden
(2117 m).
De enige bus die we konden nemen was die van 5.30u, en voor terug te komen een van 17.00u.
We waren de enigen die op de bus zaten, moesten dan nog niet betalen omdat de chauffeur zijn
betalingsmasjien nog niet bijhad ('s ochtends), en kwamen te weten dat deze bus gewoonlijk wel leeg zat.
Vreemd toch.
We kwamen aan in Nikkaluokta tegen 6.30u, zagen in de pikkendonkere nog net de schaduw van één
huis staan...
Fred, die slechts als enige nadeel tegenover een goed uitgebouwde gps heeft dat hij maar
met één stem kan praten, keek op het kompas, en leidde ons naar een onzichtbaar pad dat steeg.
Ook nu was een bergtop ons doel. Het zicht was al gauw prachtig, mooier dan aan Kiruna,
en eens boven de boomgrens werd het er niet slechter op! Veelvraatsporen, sneeuwhoenen, rendieren,...
allen werden door ons gezien. Dichter tegen de top was er een enorme wind. De stoerste zin van
die dag kwam ongetwijfeld van Fred: "We moeten iets meer naar het oosten lopen, want de wind wordt
te fel!". De weg was van tevoren uitgestippeld dat oriëntatie op een rendierhek mogelijk was.
Maar goed ook, want in de sneeuwstorm was het zicht soms beperkt tot enkele meters.
Nadat we de top hadden bereikt besloten we nog wat nabijgelegen Lappenhutjes te gaan bezoeken; uiteraard niet bewoond deze tijd van het jaar. Iemand, waarvan we de naam niet zullen noemen, had er niet beter op gevonden zeer rap haar behoefte te doen in het enige goede windstille plekje, wat ons noopte een alternatieve eetplaats te zoeken. Na tien minuten intensief schrokken moesten rap doorgaan, voor we doodvroren.
Met een extreme dorsale wind, een effen sneeuwpad en een eerbiedwaardige helling in ons voordeel ging de terugtocht aan hoog tempo.
Na twee uur wachten aan het bushokje, daarbij nog drie elanden spottend, busten we olijk terug huiswaarts.







Bonusdag 1 + 2: Terugreis + aankomst
Tegen zaterdagmiddag vertrok onze trein, en zondag deed een enorme stank en gebrek aan sneeuw er ons aan herinneren dat we terug in kakland zaten.
